Kiekjes van Klaas

Onze natuur-fotograaf, ds. Snijder, beschrijft de wonderen van Gods schepping. Hieronder zijn bijdrage.


De slakkengang van een Spaanse schone

Juli 2021, hartje zomer. Door de corona kon toen nog niemand naar het buitenland met vakantie. Het binnenlands toerisme, zeker in Drenthe, leefde op. Van overal en vooral vanuit het westen zochten 65-plussers, 40-plussers en gezinnen naarstig naar een plekje bij bos en hei. Als je goed oplette kon je toch nog wel exoten ontdekken.

 

En zo merkte ik op een mooie avond, dat het terras van ons tuinhuisje in bezit was genomen door deze Spaanse schone. Hoe warm het was blijkt uit de foto: een bikini was nog te veel. Naakt en onverveerd kroop ze van de ene naar de andere kant, zich niet storend aan de fotograaf die haar in volle glorie wenste vast te leggen. Al snel kwam ik erachter dat haar naam Arion vulgaris was.

Ja, een beetje vulgair was ze wel, deze Spaanse wegslak die al een tijd als onbekend in Nederland rondkruipt. Onbekend en onbemind, zo in haar blote eentje.

, Kiekjes van Klaas

Net zo onbekend en onbemind als de woorden van de profeet Jesaja in hoofdstuk 28 van het Bijbelboek dat zijn naam draagt. Hij gaat er tekeer tegen de leiders van Jeruzalem die het met de dienst aan de levende God niet zo nauw nemen. Ze zwalken van wijn, dwalen rond door sterke drank, en schransen al brakend de overvloedig gedekte tafels leeg. Ze menen visioenen te zien en hallucineren er lustig op los. En de regels van God? Ach, een beetje van dit en een beetje van dat. Intussen zit hoeperdepoep op de stoep en laten we vrolijk wezen.

 

En dan komt Jesaja met de slak op de proppen. Nee, niet letterlijk. Eerst zegt hij dat God alle ongerechtigheid met hagel zal vernietigen en alles waarbij zij zich veilig voelen met water zal wegspoelen. Voor de getrouwen is er deze belofte: “Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is”. Uit het Evangelie weten wij dat dit niemand minder is dan Jezus de Christus. De belofte van Zijn reddend verschijnen klinkt hier in bedekte termen. Paulus betuigt dit aan de gemeente van Efeze (Ef. 2: 20). Jesaja wil maar zeggen: “Mensen, blijf trouw aan God en Zijn geboden en dan komt het goed.” “Wie gelooft zal zich niet (weg)haasten.” (vers 16).  Dat is de slak. In ons spraakgebruik hebben we dit overgenomen. “Haast je langzaam”, bijvoorbeeld, maar die is minder verbonden met Jesaja dan deze: “Zij die geloven haasten niet”.

 

Daar moest ik dus aan denken na de ontmoeting met Arion vulgaris. Was zij een gelovige? Ik weet het niet, maar ze haastte zich langzaam over het terras. De zwarte voelsprieten fier opgeheven, haar glanzende bruinrode huid strak van jonkheid. Nergens voor op de vlucht. De hagel en de slagregens zouden pas later in juli en augustus komen.

 

En Christus? Hij is gekomen, heeft overwonnen, is gegaan en komt terug. Wanneer? Dat weten we niet, maar er is een lied dat zegt: “Ik kom met haast.” En verder: “Houd vast wat Ik u heb gegeven. Er blijft bij alle aardse last een open deur ten leven. Werp (dus) van u af wat Ik niet gaf” (Gezang 296).

 

Mooi, mijn slakkedijn, dat je mij deze les hebt willen leren. Ik weet niet op welke camping je nu bent, maar ik zeg: “Dank je wel!”

 

Groetjes van Klaas

 

Diever, 10 augustus 2021

Ds. K. Snijder