Kiekjes van Klaas

Onze natuur-fotograaf, ds. Snijder, beschrijft de wonderen van Gods schepping. Hieronder zijn laatste bijdrage.


Adventsboodschap van de dolende scholekster

, Kiekjes van Klaas

In de Adventstijd en ook op de dagen rondom Kerst gaat meestal het boek van de profeet Jesaja open. De heerlijke voorzeggingen van de komst van de Messias als hèt Licht in de menselijke duisternis. Woorden uit de hoofdstukken 7, 9 en 11 komen juist dan tot klinken. De foto van de eenzame scholekster op het Wad bij Holwerd bepaalde mij echter bij Jesaja 8. Aan het eind lees ik: “Wanneer zij dan tegen u zeggen: Raadpleeg de geesten van doden, en waarzeggers met hun gelispel en geprevel – zeg dan: Moet een volk zijn God niet raadplegen? Moet men voor de levenden de doden raadplegen? Terug naar de wet en het getuigenis! Als zij niet overeenkomstig dit woord spreken, zal er voor hen geen dageraad zijn. Men zal er terneergedrukt en hongerig rondtrekken. Wanneer het gebeurt dat men honger lijdt, zal men uitbarsten in woede, en zijn koning en zijn God vervloeken. Of men de blik nu naar boven richt, of naar de aarde kijkt, zie, er zal benauwdheid en duisternis zijn, angstaanjagende donkerheid. En men zal voortgedreven worden, het donker in”.

Vooral dat laatste, is dat niet wat in deze tijd ervaren? Virusangst, huidhonger, sociale leegte, onrust in ons hart en op straat, nepnieuws en valse profeten. En dat komt bovenop onze eigen zorgen over ziekte en gezondheid, en wat de toekomst brengen zal. Ik zie dit terug in dat beeld van die eenzame vogel. Waar komt hij vandaan? We weten het niet, maar het spoor loopt van rechtsonder kronkelend omhoog. Bovenin blijkt dat anderen hem al zijn voorgegaan, waarheen? Dat laatste -waarheen?- is de vraag naar de toekomst. Die is op dit moment duister en onzekerder dan onzeker.

 

De scholekster weet het ook niet; hij buigt af naar links en loopt zo dadelijk de foto uit. Als een mens die zijn God kwijt is! Van wie Jesaja zegt dat hij voortgedreven wordt, het donker in. Woedend, koning en God vervloekend om al die benauwdheid. Maar nu het geloof! “Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand / Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land. / Zalig hij die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet.” Regels uit het bekende lied van Jacqueline van der Waals (dat zij overigens schreef nadat bij haar kanker was geconstateerd). Maar juist, dát is het! In deze tijd komt het daarop aan: blijven geloven al zie je niets van God en Zijn liefde.

Net als toen wil in die duisternis het goddelijk Licht opgaan. Jezus! Ja, Jezus mijn verblijden, voor mijn hart de weide, waar het vrede vindt (Gez.428). Jesaja mocht het een volk in donkerheid aanzeggen: het komt eraan, uw Licht is aanstaande. Kerst is na de jaarwisseling niet voorbij. We mogen met de kerstboom ook niet in januari de Christus aan de weg zetten. Hij wil blijvend in ons wonen. Geen plek in de bed-en-breakfast van Bethlehem. Hij vraagt: Is er bij u een plaats waar ik mag wonen? In Jesaja 9 lees ik: “Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht opgaan.” De vraag is: Hoe zal ik dat Licht ontvangen? Met Jezus is de toekomst zeker, kunnen we gerust het nieuwe jaar ingaan. Niet meer dolen als een alleenige scholekster op het Wad van ons leven, maar het spoor volgen van hen die ons gelovig zijn voorgegaan.

In dat Licht mogen we elkaar toewensen: Een gezegend Nieuwjaar!

 

Groetjes van Klaas (en Fokje).

 

Diever, 3 december 2021

Ds. K. Snijder


Een vorige waarneming:

De slakkengang van een Spaanse schone

Juli 2021, hartje zomer. Door de corona kon toen nog niemand naar het buitenland met vakantie. Het binnenlands toerisme, zeker in Drenthe, leefde op. Van overal en vooral vanuit het westen zochten 65-plussers, 40-plussers en gezinnen naarstig naar een plekje bij bos en hei. Als je goed oplette kon je toch nog wel exoten ontdekken.

 

En zo merkte ik op een mooie avond, dat het terras van ons tuinhuisje in bezit was genomen door deze Spaanse schone. Hoe warm het was blijkt uit de foto: een bikini was nog te veel. Naakt en onverveerd kroop ze van de ene naar de andere kant, zich niet storend aan de fotograaf die haar in volle glorie wenste vast te leggen. Al snel kwam ik erachter dat haar naam Arion vulgaris was.

Ja, een beetje vulgair was ze wel, deze Spaanse wegslak die al een tijd als onbekend in Nederland rondkruipt. Onbekend en onbemind, zo in haar blote eentje.

, Kiekjes van Klaas

Net zo onbekend en onbemind als de woorden van de profeet Jesaja in hoofdstuk 28 van het Bijbelboek dat zijn naam draagt. Hij gaat er tekeer tegen de leiders van Jeruzalem die het met de dienst aan de levende God niet zo nauw nemen. Ze zwalken van wijn, dwalen rond door sterke drank, en schransen al brakend de overvloedig gedekte tafels leeg. Ze menen visioenen te zien en hallucineren er lustig op los. En de regels van God? Ach, een beetje van dit en een beetje van dat. Intussen zit hoeperdepoep op de stoep en laten we vrolijk wezen.

 

En dan komt Jesaja met de slak op de proppen. Nee, niet letterlijk. Eerst zegt hij dat God alle ongerechtigheid met hagel zal vernietigen en alles waarbij zij zich veilig voelen met water zal wegspoelen. Voor de getrouwen is er deze belofte: “Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die vast gegrondvest is”. Uit het Evangelie weten wij dat dit niemand minder is dan Jezus de Christus. De belofte van Zijn reddend verschijnen klinkt hier in bedekte termen. Paulus betuigt dit aan de gemeente van Efeze (Ef. 2: 20). Jesaja wil maar zeggen: “Mensen, blijf trouw aan God en Zijn geboden en dan komt het goed.” “Wie gelooft zal zich niet (weg)haasten.” (vers 16).  Dat is de slak. In ons spraakgebruik hebben we dit overgenomen. “Haast je langzaam”, bijvoorbeeld, maar die is minder verbonden met Jesaja dan deze: “Zij die geloven haasten niet”.

 

Daar moest ik dus aan denken na de ontmoeting met Arion vulgaris. Was zij een gelovige? Ik weet het niet, maar ze haastte zich langzaam over het terras. De zwarte voelsprieten fier opgeheven, haar glanzende bruinrode huid strak van jonkheid. Nergens voor op de vlucht. De hagel en de slagregens zouden pas later in juli en augustus komen.

 

En Christus? Hij is gekomen, heeft overwonnen, is gegaan en komt terug. Wanneer? Dat weten we niet, maar er is een lied dat zegt: “Ik kom met haast.” En verder: “Houd vast wat Ik u heb gegeven. Er blijft bij alle aardse last een open deur ten leven. Werp (dus) van u af wat Ik niet gaf” (Gezang 296).

 

Mooi, mijn slakkedijn, dat je mij deze les hebt willen leren. Ik weet niet op welke camping je nu bent, maar ik zeg: “Dank je wel!”

 

Groetjes van Klaas

 

Diever, 10 augustus 2021

Ds. K. Snijder